Terugblik op de coalitievorming
6 May 2010
By on 15:27

De coalitie van SP, CDA, VVD en D66, die nu in Leiden tot stand gekomen is, is x96 voorzover ik heb kunnen nagaan x96 uniek in de Nederlandse verhoudingen. In geen enkele andere gemeente is deze combinatie ooit voorgekomen en dat maakt het interessant om deze de komende tijd te volgen, helemaal als je vice-voorzitter bent van de grootste deelnemende fractie, die van D66.
Het boek waar ik aan de universiteit van Maastricht aan werk over coalitievorming beziet slechts het landelijke niveau, met enige uitstapjes naar vergelijkbare landen in Europa. Nu ik zo dicht op het proces in Leiden heb gezeten, is een kort essay over de coalitievorming in Leiden natuurlijk te verleidelijk om niet te schrijven.
Coalitie_geen_toegang
Achter deze deur in het Huis van de Raad op Breestraat 70 is na 3 maart een coalitie geboren. Wat is er in dat proces zoal gebeurd? Mijn promotor, prof. dr. J.Th.J. (Joop) van den Berg, introduceerde voor Nederlandse coalitievorming ooit het motto x91formeren is eliminerenx92 (in Socialsme & Democratie, nr. 7/8, 2003, p. 69 e.v). In Leiden is dat deze keer wel erg letterlijk genomen.

Nieuwe bestuursstijl

D66 meende dat de ervaringen van de afgelopen vier jaar (en ook daarvoor) een nieuwe bestuursstijl nodig maakten. Kort gezegd kwam dat vooral op twee dingen neer. Exe9n: wethouders moeten een meerderheid achter hun voorstellen zien te krijgen in de raadsvergadering, en deze niet langer vooraf in de achterkamertjes zekerstellen in overleggen met de fracties (in zogeheten x91wofjesx92 en x91cofjesx92). Twee: geen dikke collegeakkoorden meer waarover jaren later nog een interpretatiestrijd kan losbarsten. Dat laatste gebeurde bijvoorbeeld over deze zin in het collegeakkoord van eind 2007: x91Om te voldoen aan de luchtkwaliteitsnormen (maar ook met het oog op de verkeersveiligheid) zullen bij de realisatie van [de parkeergarage aan de Morsweg] flankerende maatregelen getroffen moeten worden. Te denken valt hierbij o.a. aan het instellen van eenrichtingsverkeer.x92 Toen GroenLinks er in januari 2010 in volhardde dat de toezeggingen van deze flankerende maatregelen te vaag bleven, terwijl de bovengrondse garage intussen wel gebouwd zou worden, werd deze partij ondanks decennialang bewezen diensten zonder pardon het college uit gezet.
De opzet van D66 was om die nieuwe bestuursstijl met een brede coalitie te realiseren. Werkende weg bleek de eerste doelstelling echter wel belangrijker dan de tweede. De opzet was (en bleef) wel dat iedere partij met vier zetels of meer een wethouder zou mogen leveren. In het uiterste geval kon dat betekenen dat D66 dan met 10 raadszetels genoegen zou moeten nemen met slechts xe9xe9n wethouderspost, waar de andere partijen (elk met 4 of 6 zetels) er ook xe9xe9n zouden mogen leveren. Voor die afweging zou D66 echter niet komen te staan, door het verloop van de onderhandelingen.

Onderhandelen met 10 partijen

Deze werden gevoerd met D66-lijsttrekker en fractievoorzitter Van Meenen als formateur. Vanuit D66 zat daarnaast raadslid Koek aan tafel. D66 koos ervoor als grootste partij zelf de regie van het proces in handen te houden en niet met een informateur te werken.
Aanvankelijk was het een optie dat, volgens de geformuleerde spelregels, ook drie van de kleine partijen met gezamenlijk vier zetels (bijvoorbeeld de ChristenUnie, de Partij voor de Dieren en de Stadspartij Leiden Ontzet) een wethouder zouden mogen leveren. Bij D66 werd daarvoor gedacht aan een gezaghebbend figuur als oud-wethouder Filip van As (CU). Het is jammer dat we nooit zullen weten hoe de aimabele maar ook ietwat steile Van As ermee zou zijn omgegaan dat hij zijn wethouderschap mede had mogen uitoefenen namens de gezellige jongens van de Stadspartij; vernieuwend was het zeker geweest. De ChristenUnie zag er echter niets in en Van As is wethouder geworden in Zwolle.
In het formatieproces werd gestopt met plenaire zittingen met alle tien partijen, dus inclusief de partijen met minder dan vier zetels, toen bleek dat vanuit een andere kleine partij onderhandelingsstukken gelekt werden naar het Leidsch Dagblad. Tot dat moment was steeds iedere stap in het proces kort daarna in die krant te lezen. Dat is een zegen voor de democratie, maar funest bij het onderhandelen. Sindsdien praatte D66 de kleine partijen periodiek gezamenlijk bij in aparte sessies. De kleinere partijen gingen van tafel nadat met alle partijen overeenstemming was bereikt over het eerste deelresultaat: het bestuursakkoord. Daarin werd de beoogde nieuwe wijze van besturen vastgelegd. Vervolgens werd het gesprek voortgezet met de partijen die voor een wethouderszetel in aanmerking konden komen, dus met vier of meer zetels in de raad.

De PvdA valt af: drie oorzaken

Aldus bleven er zes partijen aan tafel over: naast D66 waren dat SP, GroenLinks, PvdA, CDA en VVD (samen 34 van de 39 zetels). Al snel werd duidelijk dat er een logische kandidaat was om af te vallen, en wel de PvdA. Van Meenen vatte de houding van die partij in de pers samen als x91constructief tegenhangenx92. In de lokale media werd de vraag of die partij zou openstaan voor een nieuwe bestuurscultuur een welles-nietes-spel tussen PvdA en D66. Wat daar verder van zij: er waren ook inhoudelijk in elk geval drie zeer goede redenen om afscheid van de PvdA te nemen.
De eerste was dat de ene wethouder van die partij, Witteman, met het college na 3 maart stug doorging met de voorbereiding voor de bouw van de bovengrondse Morspoortgarage. Hoewel het gemeenterecht niets zegt over wat een demissionaire wethouder wel en niet mag doen, kan het toch niemand verbaasd hebben dat dit als een controversieel onderwerp beschouwd moest worden. Na de aanbesteding volgde na 3 maart zelfs de gunning van de bouw, tot grote verbazing van de wijk en ook van D66. Middenin het onderhandelingsproces kregen de raadsleden een regulier gemeentelijk persbericht toegestuurd, waaruit bleek dat de wijk Transvaal nog even mocht kiezen uit drie ontwerpen voor de garage. Vanuit de wijkvereniging werden de bewoners opgeroepen deze prijsvraag te boycotten; uiteindelijk zouden er toch nog 75 mensen aan deelnemen. De buurt werd op deze manier, voor de zoveelste keer op dit onderwerp, nodeloos in de gordijnen gejaagd.
De tweede reden lag in de opstelling op het belangrijkste inhoudelijke punt van de twee onderhandelaars van de PvdA, Gerda van den Berg, tevens lijsttrekker, en haar secondant Keereweer. Zij lieten geen middel onbenut in de discussie over de Rijn-Gouwe Lijn (RGL). Bij D66 werd de analyse gemaakt dat deze partij haar vervijfvoudiging op 3 maart voor een belangrijk deel te danken had aan haar niet aflatende strijd tegen deze lightrail-verbinding, sinds de uitslag van het referendum van maart 2007 daarover. Op dit punt wilde D66 geen compromis-tekst accepteren, ofschoon de creativiteit bij andere partijen om zulke teksten gevraagd en ongevraagd te produceren amper grenzen leek te kennen.
Overeenstemming kon nog wel bereikt worden over de instelling van een commissie van wijzen, maar niet over de taak van die commissie. De PvdA maakte er nauwelijks een geheim van waar zij op uit was: D66 een voorzitter van die commissie laten leveren, die dan over pakweg een jaar even aan die partij duidelijk mocht maken dat de aanleg van de RGL helaas toch onvermijdelijk was. Op een ledenvergadering van haar partij liet Van den Berg ook duidelijk blijken dat dat haar strategie was, zo wisten diverse daar aanwezigen desgevraagd aan D66 te melden. Aldus werd (zelfs in letterlijke zin) afscheid genomen van de twee PvdA-ers aan de onderhandelingstafel. De andere aanwezige partijen lieten – ongetwijfeld om uiteenlopende redenen x96 het vertrek van die partij gebeuren.
Een derde en laatste reden om afscheid van de PvdA te nemen was dat het die partij was die het initiatief nam om de zogeheten x91bende van 20×92 bijeen te roepen. Daarmee wordt gedoeld op de oude coalitie van PvdA, VVD, CDA en GroenLinks. Met dat aantal zetels had die coalitie ook nog de kleinst mogelijke meerderheid. Die gesprekken liepen echter steeds op niets uit. Middenin de formatie donderde de x91bende van 20×92 bovendien pardoes uit elkaar.
Er ontstond namelijk bij de vijf partijen die nog over waren (SP, GroenLinks, CDA, VVD en D66, nog steeds 28 zetels) onverwacht een nieuw probleem.

Kiezen tussen GroenLinks en de VVD

De twee onderhandelaars van GroenLinks, Kos en Bakker, zagen kennelijk hun kans schoon een poging te doen om de VVD van tafel te krijgen. Veel oud zeer uit het verleden (zoals de Morspoortgarage en de sluiting van de Vrijplaats Koppenhinksteeg) kwam daarbij naar boven. Helaas ontbrak op dat moment desgevraagd de inhoudelijke onderbouwing om de VVD weg te sturen van de onderhandelingstafel. De verwijten richtten zich meer op de personen van de twee VVD-onderhandelaars: fractievoorzitter Laudy en zijn secondant, wethouder Van Woensel. Zoals in 2002 Gerrit Zalm achteraf verkondigde dat hij al vooraf had gezegd niets te zien in x91Paarsx92, zo werd vanuit GroenLinks nu betoogd dat die partij natuurlijk sowieso onmogelijk in xe9xe9n college met de VVD kon zitten. Hoe dat zich ertoe verhoudt dat van de afgelopen tien jaar die twee partijen acht jaar samen in een college gezeten hebben, werd daarbij niet duidelijk.
Mijn promotor, de eerder genoemde Joop van den Berg, is hoofddirecteur van de VNG geweest. Uit die tijd kent hij Pieter van Woensel redelijk goed. Joop van den Bergs spontane reactie toen ik hem dit informeel voorlegde, luidde als volgt: x91om Pieter van Woensel als een rechtse bal weg te zetten, daar is werkelijk een monumentale ideologische verblinding voor nodig.x92
Vervolgens aarzelde de VVD echter weer niet om deze move van GroenLinks genadeloos uit te buiten: op haar beurt had die partij nu weinig trek meer om verder te gaan met GroenLinks, zo legden de VVD-onderhandelaars uit aan de voltallige D66-fractie. De gehele formatie door weigerden CDA-onderhandelaars De Haan en Bonestroo bovendien stelselmatig om zonder de VVD in een college te gaan zitten. Ter linkerzijde bleek zulke lotsverbondenheid allerminst te bestaan tussen GroenLinks en de SP, die met onderhandelaars Theeuwen en Van Gelderen aan tafel zat. Vermoedelijk waren bij de SP veel gevoelens van verbondenheid met x91linksx92, in het bijzonder met de PvdA maar ook met GroenLinks, al teloorgegaan in de periode dat de SP aan een linkse coaltie deelnam, van april 2006 tot oktober 2007.
Van D66 werd dus nu verwacht dat zij, ongewild, een keus zou maken tussen GroenLinks en de VVD. Die keus zou veel D66-ers normaal gesproken zwaar vallen, omdat velen in die partij verwantschap voelen met minstens een van die twee partijen. Dat met het loslaten van de VVD ook het CDA zou wegvallen en de coalitie wel wat erg (te?) smal dreigde te worden, maakte dat dit voor D66 niet eens echt als een keus voelde. Overigens bleef een college met SP, GL, en de kleinere partijen wel als optie boven de markt hangen.

GroenLinks nader beschouwd

Doorslaggevend was echter iets anders, en wel de manier waarop bij GroenLinks, kennelijk van oudsher, de besluitvorming georganiseerd bleek te zijn. Nota bene op de dag nadat de GroenLinks-onderhandelaars hun vertrouwen in de VVD in het algemeen en de twee VVD-onderhandelaars in het bijzonder opzegden, bereikte de buitenwereld een open brief van een aantal prominente GroenLinksers met alsnog een inhoudelijke motivering, waar die de avond tevoren zo node gemist was.
Tot veler verrassing werd hierin geopperd dat de PvdA maar weer teruggehaald moest worden naar de onderhandelingstafel x96 waar de GroenLinks-onderhandelaars toch heel goed konden weten dat van die partij niet toevallig afscheid was genomen. Het hele proces door was al gebleken dat GroenLinks sowieso niet leek te weten of ze weer collegedeelname ambieerde. Dat men als enige partij aan tafel geen duidelijkheid kon bieden omtrent de wethouderskandidaat hielp ook al niet mee. En ook bleken de gevoelens bij het stopzetten van (medewerking aan) de RGL daar erg dubbel, hoewel GroenLinks in de campagne juist de eerste was die dat de facto deed: in een pamflet pleitte de partij toen voor het schrappen van het gedeelte van Zoeterwoude tot Alphen.
Vervolgens bleken de schrijvers van de open brief weer niet degenen te zijn die bij GroenLinks in een klankbordgroep zaten, bedoeld om de fractie mee te laten sparren gedurende de onderhandelingen, maar bleken de open-brief-schrijvers toch uitstekend op de hoogte van wat er aan de onderhandelingstafel zoal speelde. Dat er wisselende antwoorden kwamen op de vraag wat de fractie(voorzitter) van GroenLinks geweten had van die open brief, hielp ook niet echt.
Zulk een besluitvorming doet andere partijen licht de vraag stellen: wie heeft het nu precies voor het zeggen bij die club? Die spiegel voorhouden aan GroenLinksers leidde echter tot reacties in de trant van x91GroenLinks is tenminste een partij waar ware democratie heerstx92. Bij de andere partijen bleek echter weinig behoefte te bestaan om vier jaar lang open brieven van GroenLinksers in ontvangst te nemen en, meer in het algemeen, de kennelijk traditioneel nogal rommelige manier van doen aldaar te moeten ondergaan. De manier van onderhandelen was bij alle andere partijen gewoon als volgt: Coaltie_koffiekamer
de twee onderhandelaars praatten zo vaak als nodig hun fractie bij (op deze foto doet D66 dat in de koffiekamer naast de raadzaal), waarna zij een mandaat meekrijgen tot de volgende fractievergadering. Iemand mag mij nog eens uitleggen waarom dat dan bij GroenLinks niet ook zo zou kunnen.

Eindspel

Aldus verliet na de PvdA ook GroenLinks het spel, en begonnen sommige D66-ers zich enige zorgen te maken wat er zou gebeuren als er van de resterende vier partijen nog een af zou vallen. Dat gebeurde echter niet: in korte tijd bloeide er iets moois op tussen SP, CDA, VVD en D66 (toch nog 24 zetels). Dat men bij deze vier partijen wist men wat men aan elkaar had, bleek cruciaal voor het snel groeiende vertrouwen. Men bereikte in een paar dagen tijd overeenstemming over de definiteve tekst van het coalitieakkoord, en zelfs in drie kwartier over de portefeuilleverdeling. Op vrijdagavond 16 april was die rond, maar moest nog geheim blijven; dat op het landelijke congres van D66 in Amsterdam de volgende dag al op straat lag wat de D66-wethouders aan portefeuille kregen, was een klein regiefoutje. Zolang dat in de Amsterdamse congreszaal bleef mocht dat echter geen naam hebben. Coalitie_ondertekeningOp 28 april is het nieuwe college gexefnstalleerd van deze unieke samenstelling. Hier wordt het bestuursakkoord door alle aanwezige partijen ondertekend. Een vroegere reclameslogan voor de stad kan zo weer uit de kast: niets lijkt op Leiden!

5 Responses to Terugblik op de coalitievorming

  1. Er valt veel aan te vullen op hetgeen Peter Bootsma op zijn log heeftgeplaatst. Ik zal alleen ingaan op de overwegingen waarom de PvdA moest afvallen bij de coalitieonderhandelingen. Bootsma stelt dat de PvdA de logische kandidaat was om af te vallen. De eerste vraag is dan natuurlijk waarom er een partij moest afvallen? Dat paste toch niet in het streven van D66 naar een zo breed mogelijke coalitie? We zouden in theorie ook in Leiden uitgekomen kunnen zijn bij het Leusdens model waarin alle partijen in de Raad het coalitieakkoord onderschrijven. Maar blijkbaar was dat toch niet wat D66 voor ogen had.

    Bootsma noemt drie redenen waarom de PvdA afviel. Ik noem ze kort en geef mijn commentaar.
    1) Doorgaan met de Morspoortgarage. Tussen de verkiezingen op 3 maart en het moment waarop D66 aangaf niet langer met de PvdA te willen praten over een nieuwe coalitie, hebben er 3 raadsvergaderingen plaats gevonden en was er 3 keer een gesprek van alle partijen op uitnodiging van D66. In deze 6 bijeenkomsten is geen enkele poging door wie dan ook gedaan om een motie aangenomen te krijgen of een afspraak te maken dat de werkzaamheden aan de Morspoortgarage gestopt moesten worden. Dan moet je het niet raar vinden als het college de door de Raad genomen en niet ingetrokken besluiten uitvoert.
    Nauwelijks een overweging om niet verder te willen met de PvdA lijkt me. Het roept natuurlijk wel enige verbazing op dat dit argument wel wordt aangevoerd tegen de PvdA maar niet tegen de beide andere toen zittende coalitiepartijen VVD en CDA. Of gelooft D66 niet in collegiale verantwoordelijkheid? Dat zou vanuit het staatsrecht gezien uniek zijn.
    2) De PvdA-onderhandelaars lieten geen middel onbenut in de discussie over de RGL. Welke RGL-discussie? In de 4 door D66 georganiseerde gesprekken waarbij de PvdA aanwezig mocht zijn, is geen enkele inhoudelijke discussie gevoerd. Het ging alleen over het proces en de bestuursstijl. Op initiatief van verschillende partijen (hun bereidheid om compromisteksten te leveren, kende volgens Bootsma geen grenzen) zijn inhoudelijke voorstellen gedaan, ook door de PvdA, maar niet besproken in enige bijeenkomst waar de PvdA bij aanwezig was. Blijkbaar mochten sommige partijen wel voorstellen rond de RGL doen maar was dat van de kant van de PvdA niet wenselijk.
    3) ‘Bende van 20′ bij elkaar geroepen; een term overigens die niet van de PvdA afkomstig is. Klopt gedeeltelijk. PvdA, VVD, CDA en GroenLinks hebben twee keer de voortgang, en vooral het gebrek daaraan, in de coalitievorming besproken. De eerste keer was niet op uitdrukkelijk initiatief van xe9xe9n van de partijen. De tweede keer heb ik als ’1e loco’ de reeds gemaakte afspraak voor overleg voorzien van een tijdstip en vergaderlocatie en aan betrokkenen gemaild. Dienstverlening vanuit de PvdA aan VVD en CDA met wie dit was afgesproken; een taak die in de toekomst ongetwijfeld bij Robert Strijk terechtkomt.
    Beide gesprekken zijn expliciet gemeld aan Paul van Meenen en door hem op dat moment voor kennisgeving aangenomen. Overigens zijn er meer onderonsjes geweest tussen allerlei partijen waarbij de PvdA niet aan tafel zat. D66 wel.

    In de bijeenkomst waarin Van Meenen toelichtte waarom D66 geen heil zag in verdere gesprekken met de PvdA, gaf hij als redenen daarvoor ‘dat het niet goed voelde’, ‘dat hij er geen vertrouwen in had’, ‘dat het hem beter leek’, x91dat dit zijn keuze wasx92. Er kwamen geen inhoudelijke argumenten op tafel. Als die op dat moment wel speelden, zijn ze in ieder geval niet genoemd.

    Is het erg dat de PvdA is weggestuurd? Nee, het is het allerverstandigste wat D66 heeft gedaan. We zouden het namelijk inhoudelijk inderdaad nooit eens geworden zijn over de RGL. Dat blijft het enige onderwerp waarop D66 en de PvdA het waarschijnlijk nooit eens worden. De tekst in het Coalitieakkoord is helder in al zijn dubbelzinnigheid: het college werkt niet mee aan de RGL. Daarmee is de deur opengezet dat de RGL er gewoon komt. En als we pech hebben over de Breestraat. Zolang het college er maar niet aan meewerkt, wassen de coalitiepartijen hun handen in onschuld.
    Kijk, en dat is nu een bestuursstijl waar wij als PvdA niet mee uit de voeten kunnen. Als je verantwoordelijk bent (omdat je de grootste partij in de Raad bent, omdat je de grootste coalitiepartner bent), dan neem je die verantwoordelijkheid. En dan leun je niet achterover in de hoop dat iemand anders (lees: de provincie) het probleem voor je oplost.
    Wij zouden dit coalitieakkoord daarom nooit ondertekend hebben en dat is de reden dat de PvdA de logische kandidaat was om af te vallen. Formeren is immers elimineren, of je het nu doet op de manier van D66 of op een meer traditionele manier. Welke van beide manieren het beste is, zal de toekomst leren.

  2. @ Gerda

    Dank voor je uitvoerige reactie; ook daarover valt weer veel te zeggen, maar voor dit moment beperk ik me er even toe je te bedanken voor de meest uitvoerige en inhoudelijke reactie die ooit als reactie op mijn weblog geplaatst is!

  3. @ Peter

    Het is toch wel heel jammer dat je op de langste inhoudelijke reactie ooit op je weblog geplaatst, niet reageert.

    Dat verbaast me in hoge mate!

  4. @ Henny

    Kennelijk ben ik veel bescheidener dan jij altijd hebt gedacht… ;)

  5. Peter,

    Ik voel me niet geroepen om op dit essay uitgebreid in te gaan. Zelf was ik immers slechts op afstand betrokken bij het proces van collegevorming en bovendien heeft Gerda van den Berg, die namens de PvdA aan tafel zat, een uistekende reactie gegeven.

    In het stuk noem je drie redenen waarom de PvdA niet in het huidige college zit. Het feit dat ik na de verkiezingen ben doorgegaan met de realisatie van de Morspoortgarage is er daar een van. Op dit punt wil ik graag op je essay reageren.

    Het college van B&W heeft o.a. als taak om democratisch genomen besluiten van de gemeenteraad uit te voeren. Weigering van een college om een besluit uit te voeren is een buitengewoon ernstige zaak. Eigenlijk kan alleen de raad dat zelf doen door een besluit alsnog in te trekken. Dat zal ook D66 met me eens zijn gezien de wens van deze partij om de positie van de raad te versterken.

    De realisatie van de Morspoortgarage was zo’n besluit dat ik als wethouder moest uitvoeren. Natuurlijk heb ik me vlak na verkiezingen afgevraagd of doorgaan nog steeds voor de hand lag. Juist vanwege de gevoeligheid heb ik alle besluiten met betrekking tot de Morspoortgarage na 3 maart eerst aan het college voorgelegd. Pas toen het hele college, dus inclusief CDA en VVD, instemde, ben ik verder gegaan. Als de kritiek van D66 op mij al terecht zou zijn, dan is het dus kritiek op het hele toenmalige college.

    De gemeenteraad heeft na verkiezingen de mogelijkheid om een ongewenste ontwikkeling te stoppen. Dat kan ze doen door een besluit te nemen om zo’n ontwikkeling controversieel te verklaren. Ik weet dat de Partij voor de Dieren daartoe tijdens de onderhandelingen ook een voorstel heeft gedaan. Het is mij niet helemaal duidelijk waarom dat voorstel de raad nooit heeft gehaald, misschien moet de PvdD dat maar eens uitleggen. Tot die tijd moet ik raden.

    Ik denk dat D66 ongelukkig was met het betreffende voorstel. Het zou immers de relatie tussen D66 en VVD/CDA als voorstanders van de Morspoortgarage flink verslechterd hebben. Dat kwam D66 niet goed uit omdat ze alleen met deze partijen een mogelijkheid hadden om de PvdA buiten het college te houden. Blijkbaar was dat voor D66 zo belangrijk dat ze de toekomstige realisatie van de Morspoort daarmee hebben geaccepteerd.

    Ik weet wel dat de garage er nog niet staat, maar de uitgekiende tekst van het coalitieakkoord laat maar weinig andere mogelijkheid. Ook de door D66 ingebouwde vertraging van 3 maanden doet daar niet aan af. Die tijd was toch nodig voor de procedures, en bovendien werkt de leverancier ook gewoon door. Daar heeft hij immers een opdracht voor.

    Dat de PvdA niet in het college zit vanwege de ontwikkeling van de Morspoortgarage is onzin.
    Hiermee doet D66 een poging om te versluieren dat ze over dit onderwerp tijdens de onderhandelingen een deal gemaakt heeft met CDA en VVD. Iets waarvoor jij de schuld blijkbaar graag bij de PvdA wil leggen.

    Tot ziens.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>